Het mechanische horloge is op zichzelf een kunstwerk; de hoge mate van techniek spreekt tot de verbeelding en de talloze complicaties fascineren al eeuwenlang. Maar het horloge is ook onderwerp, voorwerp of ingrediënt van kunstwerken en het inspireerde onbekende maar ook beroemde kunstenaars tot het creëren van hun werk. Een overzicht in twee delen.

Kleinere klok
Het horloge bestond volgens oude brieven al eind 1400. Niet als polshorloge, maar meer als draagbare klok. Het was onderdeel van een rijk uitgerust tenue, zo vertelt een brief uit 1488. Rond deze tijd werd het voor het eerst mogelijk om de onderdelen van de klok zodanig te verkleinen dat een draagbaar tijdmeetinstrument realiseerbaar was. Het was echter uitsluitend beschikbaar voor de rijken der aarde, want het kostte een klein vermogen.


Nóg kleinere klok
Klik aan voor een detail van het horloge op dit schilderij van HolbeinRond 1500 verspreidde de voorloper van het zakhorloge zich onder rijke handelaren en koningshuizen, in de vorm van zeer kleine klokjes waarvan kan worden aangenomen dat men deze bij zich droeg. Een kleine klok van dit formaat zou onzinnig zijn voor thuisgebruik, als tafelklok bijvoorbeeld, omdat een slag groter voor dat doel simpelweg handiger is. Op een schilderij uit 1532 door Holbein staat Georg Gisze, een rijke handelsman, afgebeeld met een minuscule klok op tafel; het is een van de eerste afbeeldingen waarop zoiets is te zien.


François I
Onder de Koninklijke bestonden in deze tijd – we hebben het over de Middeleeuwen – verschillende draagbare vormen van ‘horloges’. Een van de eerste heren van wie bekend is dat hij een horloge droeg, was Koning François I. Hij bestelde twee exquise dolken met in het gedecoreerde heftuiteinde een horloge, uitsluitend voor koninklijk gebruik. Koning François I, hier zonder horlogeKort daarna gaf hij opdracht tot het maken van ‘een klok om bij zich te dragen’ en uit de inventarisdocumenten blijkt dat deze koning de smaak te pakken had. Waarschijnlijk kregen ook leden uit François’ hofhouding een horloge, want rond 1532 bevatte zijn royale inventaris twaalf horloges, waarvan zeven een geluidssignaal gaven.


Gouden appeltje…
Ook voor dames waren er al draagbare klokjes verwerkt in een sieraad, gedragen aan een ketting om de middel. Margaretha van Oostenrijk (1480-1530), vanaf 1507 landvoogdes de Nederlanden, bezat in 1532 een minuscule, draagbare klok in de vorm van een gouden appel. Dit kleinood was via en gouden ketting verbonden aan een ring, zoals de latere zakhorloges vaak via een ketting aan de kleding van de eigenaar was bevestigd. Zij had daarvoor 15 florijnen betaald. Zodra de klok draagbaar is, wordt er gesproken over een horloge (‘montre’).


Schilderijen
Klik aan voor een detail met het horloge in dit schilderij van Pieter Claesz (1597-1661)In een aantal schilderijen, van onder meer Jacopo da Pontormo (1549), zijn ‘horloges’ te zien: vaak trommelvormige draagbare klokjes. Op een schilderij van Ludger Tom Ring is een jongeman te zien met een sferisch horloge. In de loop van de 16e eeuw werd het horloge alsmaar verfijnder. Het behoorde tot het favoriete item der rijken. Koning Elisabeth I kreeg bijvoorbeeld maar geen genoeg van het draagbare uurwerkje. Zij had een groot aantal horloges in haar inventaris, allemaal royaal gedecoreerd met edelstenen, diamanten en parels. Naar het einde van de zestien eeuw krijgt het horloge al meer de vorm van het zakhorloge, zij het dan nog meer trommelvorming; het uurwerk had nog veel ruimte nodig. Een stilleven van de Nederlandse schilder Pieter Claesz (1597-1661) toont allerlei objecten, maar ook overduidelijk een horloge. Veel Nederlandse schilders namen in die tijd een horloge op in hun werken, vaak in combinatie met een schedel (doodshoofd), daarmee refererend aan het feit dat de tijd voorbij vliegt en dat alles vergankelijk is.


De schedel van Maria Stuart
een ets van het "schedelhorloge" van Maria StuartEen ander macaber voorbeeld van de combinatie horloge en schedel is ook het fraaie metalen schedelhorloge van Maria I van Schotland, ook wel bekend als Maria Stuart of Mary the Queen of Scots. Deze rijkelijk gedecoreerde en gegraveerde metalen doodskop was gedecoreerd met onder meer Bijbelse teksten, een zandloper, een zeis, Adam en Eva en de kruisiging van Jezus Christus. Wie het schedeldak optilt, treft een wijzerplaat, met daaronder het uurwerk, geplaatst op een bel. Het uurwerk sloeg in elk geval de uren. Om dat geluid goed te laten klinken, was het lagere deel van de schedel opengewerkt. De schedel is afgebeeld op tekeningen, uit de tijd dat fotografie nog niet bestond en op meer recente foto’s. Het uurwerk was van Jean Rousseau, Genève (halverwege 17e eeuw). Ironisch genoeg rolde Stuart’s eigen kop later, toen zij werd beschuldigd van samenzwering gericht op de moord op de Engelse koningin.


Creatief hoogtepunt
In de 17e en 18e eeuw (de jaren 1600 en 1700) gaan zowel technologische als decoratieve ontwikkelingen razendsnel. Daarmee verandert de ‘draagbare klok’ in een schitterend, klein voorwerp – het zakhorloge – dat op alle mogelijke manieren werd gedecoreerd en bovendien was uitgevoerd met technologische hoogstandjes. klik aan voor een foto van het hele "pistool"Steeds vaker is het zakhorloge zelf het ‘schildersdoek’, bijvoorbeeld voor emaillen kunstwerkjes. De ambachtelijke ontwikkeling van de goudsmid mondt uit in fraaie kunststukjes waarvan de edelen een eeuw eerder nog niet eens durfden te dromen.


Sieraden
Uurwerkjes werden ook verwerkt in fraaie natuurlijke vormen en waren daarmee kunststukken geworden. Vlinders, kevers, bijen, gevogelte, kersjes en bloemetjes. Vaak waren deze juwelen te dragen als broche. Zeer opmerkelijk is de broche van een gedecoreerd pistool vol het edelstenen waarmee parfum ‘geschoten’ kon worden. Onderaan in het handvat is een horloge verwerkt. Deze klapper dateert uit het begin van de 19e eeuw.


Journal de mode
een detail van een pagina uit Journal de ModeWaar het horloge eerst als statussymbool in portretschilderijen terugkomt en later de factor ’tijd’ representeert in stillevens, zo komt het in 19e eeuw terug in een geheel andere kunstvorm: de modetekening. In feite de modemagazines van toen, zonder fotografie, en gericht op het publiceren van de laatste mode. Uit deze tekeningen kan worden opgemaakt dat het horloge in die tijd belangrijk onderdeel was van de Parijse damesmode. Dit sluit chronologisch aan bij het gegeven dat in die tijd ook de Franse horlogemakerij (weer) aan de top stond.


Wordt vervolgd.


Tekst voor Horloge.info: Paul Dezentjé