Na de Cartier Tank á Guichets van vorig jaar zagen we nog veel meer jump hour-horloges. Het nieuwe horloge van Audemars Piguet voegt zich bij de populariteit van de complicatie met de Neo Frame Jumping Hour. Een eerder bijna vergeten complicatie uit de jaren 20 is wederom alive and kicking.
Het is goed om te zien dat AP zich buiten de comfortzone van de Royal Oak begeeft. Qua ontwerp is de Neo Frame Jumping Hour volgens het horlogemerk ‘geïnspireerd op Streamline Modernisme’. Dat was een meer late vorm van Art Deco die in de jaren 30 werd gekenmerkt door aerodynamische vormen uit de scheepsbouw en treinontwerpen.
Dit zie je direct terug in de rechthoekige 18-karaats kast, die wordt omlijst door acht opvallende gardons aan elke zijde, die doorlopen tot de taps toelopende lugs. Deze lijnen geven het horloge direct iets andersoortigs, zonder dat het meteen té sierlijk is.
Als het gaat om de jump hour, dan is AP geen nieuwkomer. Al in de jaren 20 en 30 experimenteerde de fabrikant met wijzerplaten waarbij uren en minuten niet met wijzers, maar met vensters werden afgelezen. De nieuwe Neo Frame Jumping Hour verwijst dan ook direct naar een zeldzaam model uit 1929, het zogenaamde Pre-Model 1271.
Deze historische basis vormde het uitgangspunt voor het horloge.

Het uur vind je op ‘twaalf uur’, waar de minuten scrollen op ‘zes uur’. Technisch gezien was dit ontwerp allesbehalve eenvoudig, want AP moest een oplossing vinden om de (bescheiden) waterbestendigheid te garanderen, ondanks het zichtbare saffierglas zonder de traditionele metalen lunette.
Vanbinnen is het uurwerk tevens een nieuwigheid. Het kaliber 7122 is Audemars Piguet’s eerste zelfopwindende uurwerk met een springend uur en een gangreserve van 52 uur. Deze is gebaseerd op het bekende kaliber 7121.

De Audemars Piguet Neo Frame Jumping Hour is geen gelimiteerde editie, maar maakt deel uit van de vaste collectie €64.900).
